Vrije Software in bedrijf

Het is tijd voor de gemeenschap om de leiding over haar merk op zich te nemen

Geschreven door  op  

Er zijn een aantal beginnersfouten bij het denken van Vrije Software in het algemeen en bij haar commerciële toepassing in het bijzonder. Eén ervan is om te geloven dat er een substantieel verschil was tussen de software die 'Vrije Software' en de software die 'Open Bron' werd genoemd. Dat is er niet. Als het om de daadwerkelijke software gaat zijn beide termen in het dagelijkse leven synoniem, en debatteren experts over de marginale details. De verschillen tussen de termen liggen op het gebied van framing en merk ('brand').

Vanuit het perspectief van merk-management is Open Bron een mislukte poging om een merk opnieuw in de markt te zetten, en waarover haar makers de controle hebben verloren, gevolgd door degradatie van het merk door misbruik en teveel blootstelling aan zakelijke en ontwikkelingsmodellen. Dit is een andere beginnersfout in Vrije Software geworden, zoals is uitgelicht in 'Wat is een Vrije Software bedrijf?'.

In een recent artikel maakte Jeroen van Meeuwen het punt van bewustzijn van een merk, en het feit dat een merk nooit te strikt gecontroleerd of gemanaged kan worden, omdat het uiteindelijk gaat om 'ieders buikgevoel' over iets. Maar dit betekent niet dat uitdagingen op het gebied van vermarkting zouden moeten worden genegeerd, omdat het mogelijk is om ieders buikgevoel te beïnvloeden, zoals sommige bedrijven in de afgelopen jaren hebben gedemonstreerd. Maar er is geen merk-manager voor Vrije Software, en er is geen communicatie-discipline 'merk-uitdagingen' bij de vele mensen, projecten, organisaties, bedrijven en publieke lichamen die samen het Vrije Software-ecosysteem vormen.

Dit is een strategische zwakte die bedrijven zoals Microsoft en SAP willen exploiteren als zij ieders buikgevoel over de termen 'Open Bron' en 'Vrije Software' willen beïnvloeden. Het is geen verrassing dat hun idee over wat ieders buikgevoel zou moeten zijn draait om dominantie van 'gemengde modellen' van onvrije en Vrije Software. Naast belangrijke opstellen over de Vrije Software economie publiceerde Carlo Daffara ook goed bewijs over waarom de gemengde modellen niet het belangrijkste zijn en in belang afnemen. Dus er zijn erg weinig gegevens ter bewijs van de reclame die afkomstig is van SAP in het bijzonder, maar er is een erg duidelijke motivatie. Als iedereen het buikgevoel heeft dat gemengde modellen inderdaad de norm zijn, dan zou dit hen in staat stellen om de strategische voordelen van Vrije Software voor zichzelf te benutten, terwijl deze van hun klanten worden onthouden zodat zij monopolie-rente over hun eigen producten verdienen.

Een andere aanpak waarmee bedrijven zoals SAP en Microsoft het merk willen besturen is door het escaleren, erger maken en aanmoedigen van conflicten tussen valse vrienden, en door harmonie met valse vrienden aan te moedigen in de bredere gemeenschap.

Valse vijanden en valse vrienden

Er zijn veel valse vijanden waar je mee kan omgaan. De meestvoorkomende vorm van een valse vijand is ironisch genoeg te vinden in de animositeit die is ontstaan uit de uitdagingen rond merk en framing, en meer specifiek op het gebied van 'Vrije Software' versus 'Open Bron'. Elkaar uitschelden en ruziemaken helpt beide kanten niet en bedekt de gemeenschappelijke basis en het belang om een sterk merk en een krachtige boodschap te hebben.

De historische feiten rond Vrije Software zijn goed gedocumenteerd en beschikbaar voor iedereen die ze op wil zoeken. Maar in plaats van de focus te leggen op beledigingen en fouten uit het verleden, geloof ik dat we onze focus op de toekomst moeten houden. We zouden ons moeten realiseren dat wat ons verdeelt in het niet verdwijnt in vergelijking met wat we gemeen hebben en dat deze verdeeldheid en het elkaar uitzonderen ons allemaal schade toebrengen. Dus we zouden de pestkoppen aan beide kanten moeten afremmen, en de mensen die weten hoe ze samenwerking, bedrijven en positieve feedback-loops kunnen bouwen meer ruimte en mogelijkheden moeten bieden.

De tweede vorm van valse vijanden gebruikt Vrije Software volgens de parameters van het gekozen project, maar draagt omgekeerd niets bij. Deze bedrijven maken gebruik van de vrijheden die zij uitdrukkelijk verkregen, maar worden vaak zwaar bekritiseerd voor het vallen in de ruimte tussen ongeschreven gemeenschapsregels en expliciet juridische eisen. Deze kritiek bevat een les die ons niet helpt: gebruik van Vrije Software leidt tot meer publieke kritiek en vormt een risico voor het publieke profiel van het bedrijf.

Dit is geen boodschap die de Vrije Software-gemeenschap zou moeten willen verzenden. Actief burgerschap is een voordeel en zou moeten worden aangemoedigd. Maar voor zover bedrijven tegemoetkomen aan hun juridische verplichtigen, zouden zij de vrijheid moeten hebben om heremieten te zijn. Het is niet alleen onmogelijk om vrijwillige pro-actieve participatie af te dwingen; door publieke kritiek en stigma overlapt de publieke perceptie over deze bedrijven met die van zij die expliciet juridische wetten breken. Dit ontmoedigt juridische controle en maakt het merk zwakker door het in verwarring brengen van 'ieders buikgevoel'.

Het alternatief is om iedere partij te verwelkomen die maatregelen neemt om een goede burger te zijn en de expliciete juridische regels te volgen, en hen de vrijheid te gunnen om hun eigen pad te kiezen. De waarde van actieve participatie en ieders bijdrage zou moeten worden onderwezen, en men zou niet moeten worden gedwongen. Als zulke bedrijven eenmaal begrijpen dat de strategische gevolgen van het niet nemen van de mogelijkheid om samen de richting van het platform te sturen waarvan men afhankelijk is maar het aan concurrenten laat, is het waarschijnlijk dat er meer actief burgerschap volgt als logisch gevolg.

De Vrije Software-gemeenschap zou een leercurve moeten toestaan, en het verschil moeten zien tussen goede burgers - actief of niet - en valse vrienden, die hun eigen voordeel willen maximaliseren ten koste van anderen. Er zijn twee typische strategieën die deze bedrijven gebruiken: misbruik maken van licenties en misbruik maken van merken.

Misbruik maken van licenties heeft meestal betrekking op het niet voldoen aan de GNU Algemene Publieke Licentie ('GNU General Public License' of GPL), omdat de GPL niet alleen de populairste Vrije Software-licentie is, maar ook de leidende licentie van het Copyleft-principe en deze wordt gebruikt door de grote meerderheid van GNU/Linux-systemen. Vrije Software-licenties zijn gebaseerd op auteursrecht, dus overtreding van deze licenties kan en zal vervolgd worden door groepen zoals gpl-violations.org, FSFE’s Freedom Task Force, FSF’s GPL Compliance Lab en de SFLC. Groepen zoals de KDE e.V. bouwen hun eigen juridische infrastructuur en consolideren hun auteursrecht ook omdat dit hen in staat stelt om zich in de toekomst effectiever te beschermen tegen misbruik van licenties.

Dus het misbruik van licenties wordt steeds beter beantwoord, en er is publiek materiaal beschikbaar, zoals FSFE’s gids voor het rapporteren en oplossen van overtredingen van licenties, FSF’s GNU GPL Veelgestelde Vragen, of SFLC’s Tekstboek over juridische uitdagingen van Open Bron en Vrije Software-projecten ('A Legal Issues Primer for Open Source and Free Software Projects'). De ruimte voor misbruik van licenties krimpt dramatisch, en terwijl er nog steeds echte fouten worden gemaakt en meestal worden opgelost door samenwerkende structurele oplossingen van FSFE's FTF en anderen, is er voor herhalende fouten steeds minder geduld, zoals de rechtszaken van de afgelopen jaren hebben laten zien.

Daarmee vergeleken is misbruik maken van een merk meer subtiel. Soms vergezeld van misbruik van licentie, neemt misbruik maken van een merk gewoonlijk de vorm aan van bedrijven die hun eigen onvrije producten vermarkten als 'Open Bron'. De dragende gedachte achter dit misbruik is dat 'ieders buikgevoel' zou moeten zijn dat Open Bron betekent dat de broncode zichtbaar is. Dit criterium is niet genoeg om te voldoen aan de richtlijnen van het Open Bron Initiatief ('Open Source Initiative' of OSI) voor wat Open Bron is, maar het lijkt een belangrijk deel van het merk op dit moment te domineren.

Er vindt ook machtsmisbruik plaats als het gaat om 'Vrije Software', maar dit misbruik lijkt minder op te leveren en komt dus minder vaak voor, omdat het gaat om het bespelen van het valse buikgevoel dat Vrije Software betekent dat de prijs gratis is, hoewel de definitie van de FSF de vier vrijheden uitlicht als de definiërende criteria en de Debian Vrije Software-richtlijnen ('Debian Free Software Guidelines') datgene beschrijven wat later is gebruikt als definitie van de term Open Bron.

In de publieke perceptie hebben combinaties van termen zoals 'FOSS' en 'FLOSS' beide merken sterk samengebracht, wat ook al het geval zou zijn vanwege de gemeenschappelijke oorsprong van alle definities. Het buikgevoel over de één heeft invloed op dat over de ander: mensen nemen aan dat Open Bron altijd gratis is, en dat Vrije Software betekent dat de broncode zichtbaar is. Dus misbruik en degradatie van een merk is een uitdaging die het hele Vrije Software-ecosysteem raakt en waarbij het niet uitmaakt welk merk of welke framing je voorkeur heeft.

Die degradatie van het merk is schadelijk voor alle bedrijven en commerciële activiteiten in de Vrije Software, omdat het de mogelijkheid verzwakt om over een essentieel deel van de unieke verkooppropositie te communiceren. Dit was ook de leidende reden voor het 'Wij spreken van Vrije Software ('We speak about Free Software')'-initiatief van FSFE en dat is gethematiseerd in het artikel van Mark Taylor 'Wat verkopers echt bedoelen met 'open bron' ('What vendors really mean by ‘open source’')'.

Omdat merk gaat over publieke perceptie is de enige remedie publieke communicatie om een nieuwe focus te leggen op het merk. Dit zou noodzakelijkerwijs elementen moeten bevatten over de echte betekenis van het merk, kritiek op misbruik van het merk door de hele gemeenschap - zowel door commerciële alswel niet-commerciële entiteiten - en het niet meer formeel of informeel samenwerken met bedrijven die het merk misbruiken om zo te voorkomen dat we hun nieuwe definitie van het gemeenschappelijke merk legitimeren.

Controle over een merk kan nooit absoluut zijn omdat een stem, ongeacht hoe krachtig, nooit in staat zal zijn om de vele individuele stemmen van alle mensen van wie het buikgevoel het merk bepalen de kop in kan drukken. Er zou een voordeel kunnen zitten in een enkelvoudige boodschap voor een enkel merk, zoals gewoonlijk wordt geuit door bedrijven voor hun eigen producten en hun eigen naam. Maar in de publieke perceptie zou er ook een voordeel kunnen zitten in een gemeenschap van miljoenen die een gedeeld belang hebben om het merk sterk te houden.

Terwijl de boodschap over bedrijven die misbruik maken van hun macht vaak erg goed overkomt bij de gemeenschap, leeft zij over haar rug, en stelt zij de echte Vrije Software-bedrijven in een competitief nadeel. Het is tijd dat deze gemeenschap van mensen, bedrijven, organisaties en publieke lichamen het belang begrijpen van het sterk houden van haar merk om zo dat merk en zichzelf sterker te maken.

Uiteindelijk is iedereen in staat om het buikgevoel over iets te veranderen.