Vrije Software in Europa

De Europese perspectieven en het werk van de FSF Europa

[PDF (Originele Engelse versie, a4); 81k]
Hamburg, 11 februari 2003
Georg C. F. Greve <greve@fsfeurope.org>

"Public Service Review - European Union," 5de editie
http://www.publicservice.co.uk/europe/spring2003/eu_spring2003_contents.asp

Inleiding

Vrije Software — het GNU/Linux besturingssysteem in het bijzonder — en de FSF Europa raken de laatste tijd steeds vaker op de politieke agenda. Dit artikel probeert de brede economische, sociale en politieke voordelen te beschrijven die Vrij Software voor Europa en de Europese landen te bieden heeft. Het zal tevens een beter inzicht geven in de werking van de FSF Europa.

Vrije Software, als concept, is voor elke gemeenschap één van de fundamentele behoeften in de ontwikkeling naar een post-industriële informatiemaatschappij. De bekendste organisatie op dit gebied, de Free Software Foundation (FSF), werd reeds opgericht in 1985 toen de meeste mensen zich amper bewust waren van de basisprincipes van de informatietechnologie.

Samen met de eerste formele definitie van Vrije Software ontwierp de FSF de "GNU General Public License (GPL) en de "GNU Lesser General Public License (LGPL)", dit zijn vandaag de 2 meest gebruikte licenties voor Vrije Software. Om aan te duiden dat Vrije Software niet van zijn vrijheden beroofd mag worden, omschreven ze ook de term 'copyleft'.

Vrije Software wordt gedefinieerd door vier basisvrijheden. De eerste vrijheid — ook vrijheid 0 genoemd — is het recht om onbeperkt gebruik te maken een programma, voor om het even welk doel. Dus elke Vrije Softwarelicentie moet het onbeperkte commerciële en niet-commerciële gebruik van de software toelaten om aan deze vrijheid te voldoen.

De tweede vrijheid — vrijheid 1 in de Vrije Software definitie [1] — geeft je het recht een programma te bestuderen, te onderzoeken hoe het werkt en het ook aan te passen aan je eigen behoeften. De laatste twee vrijheden garanderen dat je kopies van het programma, eventueel met de aangebrachte verbeteringen, mag verdelen zodat iedereen er voordeel uit kan halen.

Aangezien dit vrijheden zijn, kan men er vrij voor kiezen om maar van één of enkele ervan gebruik te maken, je kan er zelfs voor kiezen geen van deze rechten uit te oefenen.

Licenties die je deze vrijheden garanderen worden Vrije Softwarelicenties genoemd.[2] Een speciaal geval binnen de Vrije Softwarelicenties zijn de 'copyleft'licenties. Deze garanderen je natuurlijk ook de vier hierboven beschreven vrijheden, maar verbieden expliciet dat je de software opnieuw verdeelt zonder deze vrijheden, aangezien de gebruikers van deze, van zijn vrijheid beroofde software, afhankelijk zouden worden van die specifieke verdeler.

Het is noodzakelijk om toegang te hebben tot de brondcode (sourcecode) van een programma om de rechten die Vrije Software je geeft uit te kunnen oefenen. Daarom bedachten enkele mensen in 1998 de term "Open Source" software voor marketing doeleinden. Hierdoor wordt deze term tegenwoordig vaak gebruikt om naar Vrije Software te refereren.

Ondanks de goede bedoelingen van deze mensen om Vrije Software meer bekendheid te geven, was er het zeer nadelige gevolg dat het moeilijker werd een duidelijk onderscheid te houden tussen Vrije en niet-vrije (proprietary) software[3]. Daarom vraagt de FSF om steeds de term "Free Software", of een ondubbelzinnige lokale vertaling hiervan, te gebruiken zoals ook ik doe in het vervolg van dit artikel.

De economische perspectieven van Vrije Software

Vrije Software is geen aanval tegen bepaalde bedrijven, wat de verkopers van niet-vrije software — waaronder vooral Amerikaanse bedrijven met een monopolie in hun specifiek marktsegment — ook mogen laten uitschijnen.

Vrije Software moet gezien worden als een nieuwe benadering van software, een nieuw model om met software om te gaan, gebaseerd op sterke bestaande concepten. Het model staat garant voor een open markt die vrij toegankelijk is. Een markt die niet beheerst kan worden door één bedrijf aangezien om het even welk bedrijf kan participeren.

Ook in een Vrij Softwaremarkt zullen er marktleiders zijn, maar de kans dat zij een niet beheersbaar monopolie verwerven is veel kleiner.

Voor de bedrijven die vandaag de markten monopoliseren lijkt dit natuurlijk een bedreiging. Maar voor de groei van de Europese IT-industrie, die zeer afhankelijk is geworden van overzeese IT-monopolies en voor wie deze een zeer groot probleem vormen, is het doorbreken van deze monopolies pure noodzaak geworden.

De huidige situatie met monopolies is een logisch gevolg van het niet-vrije softwaremodel, aangezien deze software meestal alleen met zichzelf goed werkt, zullen twee gebruikers die willen communiceren verplicht dezelfde software moeten gebruiken. Als u weet dat er maximaal vijf contacten nodig zijn om twee mensen in de westerse wereld met elkaar te verbinden, krijg je al snel een viraal effect, waar de ene gebruiker de andere verplicht bepaalde software te gebruiken, wat onvermijdelijk naar een monopolie leidt.

In theorie zouden open standaarden de afhankelijkheid van één bepaalde producent moeten verhinderen. Maar het verleden heeft ons geleerd dat geen enkele open standaard succes kende, tenzij er een Vrije Software-implementatie van bestond.

De mogelijkheid om zijn klantenbestand te binden en te vergroten door kleine veranderingen aan te brengen aan een open standaard — een techniek die eufemistisch "verbeteren van de standaard" wordt genoemd — waardoor klanten makkelijk naar de nieuwe standaard kunnen migreren maar bijna niet meer terug weggeraken, is een zeer verleidelijke techniek gebleken voor de grootste spelers in deze industrie.

Het verleden heeft ons ook geleerd dat het weinig zin heeft om open standaarden op te leggen, aangezien de politieke besluitvorming relatief traag werkt ten opzichte van de ontwikkelingen in de IT-industrie, zeker in combinatie met de weinig transparante wereld van de niet-vrije software.

De producenten moeten deze regelgeving dan ook nog willen accepteren en geen op hun monopolies gebaseerde gordijnen optrekken om deze wetgeving te ondermijnen. Iets wat ze zonder schroom durven, zoals blijkt uit recente anti-trust processen in de V.S.

De structuur van een Vrije Software-industrie

De verschillen zijn veel kleiner dan velen ons willen laten geloven. In de financieel belangrijkste sector, de software voor bedrijven, zorgt het leveren van diensten voor de grootste omzet. Er is weinig kans dat dit zal veranderen.

Het is natuurlijk zo dat de inkomsten uit de licenties drastisch zullen dalen, maar dit is slechts een zeer klein deel van de inkomsten die Vrije Software genereert. Een deel dat trouwens mee verantwoordelijk is voor het uitbouwen van de negatieve handelsbalans met de V.S.

De IT-dienstensector, vandaag al verantwoordelijk voor het grootste deel van de inkomsten uit software, zal nog aanzienlijk kunnen groeien in een Vrije Software-economie.

In het huidige systeem, volledig gecontroleerd door de producenten van niet-vrije software, kunnen alleen de bedrijven die de grootsten naast zich dulden, diensten aanbieden. Meestal is dit maar een klein deel van wat mogelijk is. De overige diensten bieden ze zelf aan — wat opnieuw zorgt voor een extra stroom van inkomsten uit Europa — of wordt helemaal niet aangeboden.

Vrije Software geeft de Europese bedrijven een veel grotere onafhankelijkheid, het geeft hen de kans om als bedrijf een volledig dienstenpakket aan te bieden of om samen te werken met anderen als dat hen economisch zinvoller lijkt.

Ze zullen in staat zijn veel gevraagde diensten te leveren of volledig nieuwe diensten aan te bieden, die vandaag onmogelijk zijn door het gebrek aan toegankelijkheid en controle over de software die deze diensten moet ondersteunen.

In een Vrije Software-economie zullen de huidige inkomsten uit diensten meer in het voordeel van de Europese producenten verdeeld worden, waardoor een groei voor de hele Europese IT-sector verwacht kan worden.

Onze afhankelijkheid verminderen

We moeten steeds in gedachten houden dat deze monopoliehouders de volledige controle hebben over de Europese IT-industrie. Ze kunnen elk bedrijf ten gronde richten door hen het werken binnen hun monopolie te verbieden, of door de toegankelijkheid van hun software te bemoeilijken.

Wat de situatie nog dramatischer maakt is het koppelen van softwaremonopolies aan hardwaremonopolies. Hierdoor zal bepaalde software alleen draaien op bepaalde hardware, in ruil zal de hardwareproducent geen andere software toestaan op zijn platform.

Het Vrije Softwareparadigma verbiedt deze koppeling van monopolies. Vrije software stimuleert de vrije keuze van hardware. De vrije software besturingssystemen (zoals GNU/Linux en BSD) draaien op meer soorten hardware dan om het even welk niet-vrij besturingssysteem.

Omdat men de vrijheid heeft zijn software aan te passen, kan men altijd de ondersteuning voor nieuwe hardware implementeren. Vrije software biedt een solide basis voor innovatieve ontwikkeling van nieuwe hardware, ook op kleinere schaal.

Vrije Software zal zo niet alleen het evenwicht herstellen op de softwaremarkt, maar ook een soortgelijk effect hebben op de hardwaremarkt.

De nationale economie

Vandaag wordt een groot deel van de tijd voor softwareontwikkeling besteed aan oude, goed bekende principes. Elk bedrijf moet deze systemen minstens één keer, en soms zelfs voor elk project, opnieuw implementeren.

Door het niet-vrije softwareparadigma worden softwareontwikkelaars verplicht om steeds opnieuw het wiel uit te vinden. Dit is voor de nationale economieën een echte verspilling van werk van goed opgeleide werknemers, en zet een zware rem op het innovatieve werk dat kan geleverd worden.

Vrije software staat toe dat je die oude, goed bekende bouwstenen opnieuw gebruikt om mee verder te bouwen, wat voor nieuwe innovatieve bedrijven de drempel om zich op de markt te begeven sterk verlaagt.

De IT-economie is slechts een deel van het economische gebeuren. Maar aangezien ze de lijm is voor onze op digitale netwerken gebaseerde economie, moet iedereen mee de prijs betalen voor de weinig efficiënte aanpak waartoe het niet-vrije softwaremodel ons verplicht.

De meeste bedrijven, buiten de IT-sector, gebruiken tegenwoordig niet-vrije oplossingen. Dit maakt hen volledig afhankelijk van één softwareleverancier voor belangrijke delen van hun economische activiteit, zoals het stockbeheer, het maken en betalen van facturen en hun communicatie met klanten, leveranciers en concurrenten.

Een ander groot nadeel van dit systeem zijn de verplichte updates, waarbij men soms zelfs de volledige softwareoplossing moet vernieuwen. Dit resulteert vaak in verloren werkuren en kosten voor het opleiden van het personeel. Oplossingen gebaseerd op Vrije Software laten de keuze voor vernieuwing over aan het bedrijf.

Als een bedrijf kiest voor de hierboven beschreven vrijheden kan het zelfstandig, naargelang zijn eigen economische toestand, beslissen wanneer, welke updates dienen uitgevoerd te worden. En als de klant niet langer tevreden is over zijn softwareleverancier, kan hij zijn softwareoplossing behouden maar met een andere leverancier in zee gaan.

In dat laatste geval zullen hem natuurlijk kosten worden aangerekend voor het inwerken in de software. Maar deze kost is beduidend lager dan de kosten voor een volledig nieuwe softwareoplossing. Uit ervaring weten we dat deze indirecte kosten ten gevolge van klantenontevredenheid, opleiding van personeel en verloren werktijd zich bij Vrije Software slechts zelden voordoen.

Het ligt in de lijn van de verwachtingen dat de positieve effecten van Vrije software de Europese economie kunnen helpen heropleven. Uiteindelijk kan Europa alleen maar winnen bij een massaal gebruik van Vrije Software.

De sociale kwesties

Toegang tot software wordt steeds belangrijker voor wie actief wil deelnemen aan de culturele, sociale en economische gebeurtenissen. Je toegang tot software bepaalt zelfs je kansen om te communiceren, te studeren en te werken. Studies in de V.S. tonen aan dat de gemiddelde persoon 150 keer per dag in contact komt met software.

Als gevolg hiervan moeten we software gaan bekijken als een cultureel gegeven, een culturele techniek. Als sinds het ontstaan van de mensheid is het belang van toegang tot culturele technieken bekend. Vrije software garandeert dat iedereen gelijke toegang zal hebben tot de culturele techniek die software stilaan geworden is.

Een ander groot probleem is de beveiliging en bescherming van gegevens. Aangezien computers zeer ondoorzichtig werken — er bestaan geen mechanische technieken om zijn werking op te volgen — is het zeer belangrijk dat tenminste de software volledig transparant werkt. Zoniet, verliezen de gebruikers de controle over hun eigen computer en kan men onmogelijk bepalen wat er gebeurt met persoonlijke gegevens.

Vrije Software is per definitie volledig transparant, waardoor steeds een maximale controle op de werking mogelijk blijft.

2001: De Free Software Foundation Europa

Aangezien netwerken de goede eigenschap hebben om stabieler te zijn dan dan individuele knopen, en omdat Europa een leidinggevende regio voor Vrije Software is geworden, hebben we in 2001 de Free Software Foundation Europa (FSF Europa) opgericht. De FSF Europa is een zusterorganisatie van de FSF Noord-Amerika, alhoewel ze financieel en juridisch volledig onafhankelijk zijn van elkaar, werken ze samen aan alle aspecten van Vrije Software met een zeer goede onderlinge verstandhouding.

De FSF Europa deelt de visie van een sterk Europa, en is zelf een voorbeeld van samenwerking en onderlinge verstandhouding waar momenteel vier landen (Frankrijk, Duitsland, Italië, Zweden) volledig vertegenwoordigd zijn, organisaties uit drie andere landen (Verenigd Koninkrijk, Portugal, Oostenrijk) zich met ons associeerden en ook partijen uit andere landen regelmatig een bijdrage leveren.

De FSF Europa wil vooral een Europees competentiecentrum voor Vrije Software zijn, die advies kunnen geven aan regeringen, commissies, bedrijven journalisten en andere geïnteresseerden.

Als gevolg van onze activiteiten werden we door de Commissie voor Intellectual Property Rights in Londen [4] al uitgenodigd om een deskundige af te vaardigen. Op uitnodiging van het Duitse ministerie voor economie en technologie mochten we de Vrije Software vertegenwoordigen op een OECD workshop in Tokio.

Verder werken we op regelmatige basis mee aan projecten, zoals AGNULA [5] dat mee gefinancieerd wordt door het 5de Werkprogramma van de Europese commissie (IST-2001-34879).

Voor het zesde werkprogramma heeft de FSFE, gesteund door meer dan 50 verschillende partijen, aanbevelingen gemaakt die de voordelen van Vrije Software voor Europa benadrukken en verklaren hoe ze passen binnen de algemene Europese doelstellingen; Hierin staat concreet beschreven hoe Europa munt kan slaan uit Vrije Software [6].

De FSF Europa werkt ook hard om de juridische ondersteuning van Vrije Software te bekomen. Ze hielpen bijvoorbeeld het ifross, een lokale organisatie die zich inspant voor de juridisch aspecten van Vrije Software, om de herziening van de Duitse auteursrechtenwetgeving te amenderen. Meer recent hebben we de Fiduciary Licence Agreement (FLA) [7] uitgebracht, die zal helpen om de principes van Vrije Software ook voor de rechtbank stand te doen houden.

Voordelen halen uit Vrije Software

Vrije Software biedt een unieke kans aan Europa als regio, alsook aan de Europese staten. Europa is momenteel de regio in de beste positie om maximaal te profiteren van Vrije Software, en kan het informatie tijdperk aanvatten met een kopstart.

Onder de mogelijke voordelen vinden we: grotere onafhankelijkheid, verhoogde duurzaamheid, bevrijding van buitenlandse mono - en oligopolies, alternatieve hard- en softwaremogelijkheden, versterkte thuismarkt en betere bescherming van de burgerrechten.

Om dit te realiseren is het heel belangrijk om duidelijke standpunten in te nemen, en een beleid te voeren in het voordeel van Vrije Software, zoals de evaluatiebonus voor Vrije Softwareprojecten gedefinieerd in het IST werkprogramma, of de politieke verklaring door Liikanen voor het Europees Parlement [8] over Vrije Software in openbare besturen.

Er zijn drie redenen waarom openbare besturen de ideale plaats zijn om te beginnen met een overstap naar Vrije Software.

Ten eerste, een bestuur dat niet-vrije software gebruikt, verplicht zijn burgers bijna om dezelfde software te gebruiken, dit is een gevolg van het eerder vernoemde viraal-effect van niet-vrije software. Aangezien het een ethische verplichting is van besturen om beschikbaar te zijn voor al hun burgers, kunnen ze de keuze voor Vrije Software makkelijk verdedigen, ze willen hun burgers immers niet in een schadelijk monopoly dwingen.

Ten tweede is er het financiële aspect, besturen hebben steeds te weinig geld, maar vergooien een groot deel van hun IT-budget aan afzonderlijke lokale oplossingen, per ministerie, per regio, ... Terwijl de problemen die opgelost moeten worden vaak gelijklopend zijn en de oplossingen op grote schaal gebruikt zouden kunnen worden.

Tenslotte kan het gebruik van Vrije Software door openbare besturen een rolmodel zijn. Het kan de burgers en bedrijven aanmoedigen om hun ongezonde afhankelijkheden achter zich te laten en gewend te raken aan een nieuw model, waarin ze zelf economisch en sociaal betrokken kunnen zijn.

Verschillende Europese regio's hebben reeds initiatieven genomen om Vrije Software verplicht te maken voor de openbare administratie. De Commissie die zich met deze zaken bezighoudt voor de Franstaligen in Brussel, sprak zich reeds op 11 februari 2003 positief uit over een soortgelijke regelgeving.

Zeker de Europese openbare administraties moeten Vrije Software verkiezen boven niet-vrije software, en steeds gebruik maken van open standaarden waarvoor ook minstens één Vrije Softwaretoepassing bestaat.

Waar ons belastinggeld ook wordt besteed, als we het uitgeven aan Vrije Software komt het zeker ten goede aan de gemeenschap en de economie. Vroeger, toen dit geld vrijwel uitsluitend aan niet-vrije software werd uitgegeven, was dit alleen in het voordeel van die ene softwareverkoper en ten koste van de eigen samenleving en economie, vaak ging het geld helemaal verloren.

Voor het migratieproces naar deze makkelijker te onderhouden aanpak, kunnen de zogenoemde "Copyleft"-licenties —waarvan de GNU General Public License (GPL)één van de meest bekende is— een goede basis vormen voor deze projecten.

Dankzij deze licenties kan men garanderen dat de resultaten van al het geïnvesteerde geld ten goede komen aan heel de economie en heel de samenleving, wat leidt naar een algemene groei van de economische activiteit. Ze zullen een sterke rem vormen voor toekomstige pogingen van een bedrijf om de oude gemonopoliseerde situatie te herstellen.

Een beleid voeren in het informatietijdperk

Zoals informatietechnologie invloed heeft op de hele economie en de hele samenleving, heeft ook elke beleidsbeslissing een grote invloed op de mogelijkheden in het informatietijdperk. Men moet binnen alle beleidsdomeinen bewust zijn van deze invloed.

Er zijn momenteel enkele politieke beslissingen en uitvoeringsbesluiten hangende die een zeer negatieve invloed gaan hebben op de Europese concurrentiekracht. Deze moeten worden voorkomen en/of afgeschaft als we de invloed van Europa willen vergroten.

Eén beleidskeuze die zowel vrije als niet-vrije Europese software in gevaar brengt, zijn softwarepatenten. Patenten zijn een volledig ongeschikt concept voor software, ze dienen andere belangen. De ervaring leert dat men in de Verenigde Staten, met hun nu al sterk gedaalde innovatie, een zware prijs betaalt voor hun systeem met softwarepatenten.

Zoals Bill Gates reeds schreef in een interne memo: "Als mensen bij het ontwikkelen van de meest gebruikte hedendaagse ideeën geweten hadden hoe patenten zouden worden toegekend, en hun ideeën gepatenteerd hadden, dan zou onze hele industrie vandaag volledig vastzitten. ... De oplossing is om zelf zoveel mogelijk te patenteren. Elk nieuw bedrijf dat in de toekomst nog wil komen concurreren, maar zelf geen patenten heeft, zal verplicht worden om het even welke prijs te betalen die de softwarereuzen vragen. Die prijs kan best hoog zijn. Bestaande bedrijven hebben er alle belang bij om toekomstige concurrentie uit te sluiten."[9]

Een andere zeer schadelijke wet is de European Copyright Directive (EUCD). Haar VS broertje, de Digital Millenium Copyright Act (DMCA) werd daar reeds gebruikt door groeperingen zoals Scientology om ongewenste websites te censureren. [10] Gelijkaardige zaken kunnen ook in Europa verwacht worden.

Economisch gezien is de EUCD een maatregel tegen de concurrentie. Deze richtlijn maakt elke omzeiling van wat men een beschermingsmaatregel beschouwt, illegaal. Het bedrijf dat deze technische maatregel maakte, krijgt volledige controle over de markt, zij bepalen wie wel en niet kan deelnemen in de markt die onder hun maatregel valt. Zij kunnen aan deze bedrijven ook onbeperkt voorwaarden opleggen.

Een voorbeeld hiervan is de recente rechtszaak tegen de tiener Jon Johansen, waar de vraag, of het aankopen van een DVD in een winkel, aan de koper ook het recht geeft om deze DVD op zijn computer te bekijken, de kern van de zaak is geworden. De zware beperkingen die de EUCD oplegt aan de vrije meningsuiting, aan de beroepskeuze en aan de rechten van de werknemers, geeft haar anti-democratisch karakter.

Men is volop bezig om deze beleidskeuzes door te drukken, sommigen zijn reeds ingevoerd, we moeten dit dringend stoppen en afvoeren, voor het nog meer schade toebrengt aan de Europese economische competitiviteit.

Het nieuwste initiatief om de concurrentie in de markt nog verder te beperken heet Palladium, en zijn hardware tegenhanger die werd voorgesteld door de TCPA. Dit initiatief, dat zichzelf voorstelt als een project om computers betrouwbaarder te maken, kunnen we best beschrijven als "Verraderlijk Computeren".[11]

Onder het voorwendsel om de veiligheid van computers te verbeteren, wil de TCPA alle concepten en voorbeelden die concurreren met de monopoliehouders van het niet-vrije sotwaremodel, elimineren. Opnieuw staat Europa in de hoek waar de klappen vallen.

Samenvatting

Vrije Software, als nieuw paradigma, geeft een stabiele, onderhoudbare en blijvende benadering, met een grotere dynamiek en een verhoogde efficiëntie. De eerste regio die dit implementeert en op grote schaal gebruikt wordt waarschijnlijk de leidende macht in het informatietijdperk.

Op dit moment lijkt het weinig waarschijnlijk dat Vrije Software, niet-vrije software volledig gaat vervangen. Maar door van Vrije Software het dominerende model te maken, kan Europa verlost raken van haar afhankelijkheid van buitenlandse monopolisten, die momenteel een weinig stabiele en zeer nadelige situatie creëren voor onze eigen Europese informatie-industrie.

Europa zit in een unieke situatie, ze heeft momenteel veel Vrije Softwarecompetentie en een groeiend netwerk van kleinere bedrijven die hun bedrijfsmodel richten naar of baseren op Vrije Software. Ook veel van de oudere, traditionele Europese IT-bedrijven richten zich, soms slechts gedeeltelijk, steeds meer op Vrije Software.

Als we dit verder uitbouwen, heeft Europa de potentie om uit te groeien tot de globale leider van het informatietijdperk.

Als u nog vragen heeft, zal de FSF Europa[12] u graag verder helpen.

  [1] http://www.gnu.org/philosophy/free-sw.html

  [2] http://www.gnu.org/licenses/license-list.html

  [3] http://fsfeurope.org/documents/whyfs.html

  [4] http://www.iprcommission.org

  [5] http://fsfeurope.org/campaigns/agnula/

  [6] http://fsfeurope.org/documents/fp6/recommendation.html

  [7] http://fsfeurope.org/activities/ftf/

  [8]http://www3.europarl.eu.int/omk/omnsapir.so/cre?FILE=20021023r&LANGUE=EN&LEVEL=DOC&NUMINT=3-188&LEG=L5

  [9] http://swpat.ffii.org/archive/quotes/index.en.html

  [10] http://www.theregister.co.uk/content/6/24533.html

  [11] http://www.counterpane.com/crypto-gram-0208.html#1

  [12] http://fsfeurope.org