Basis

De vier vrijheden van Vrije Software

Als je het hebt over Vrije Software heb je het over vrijheid. Beter gezegd, dan heb je het over de vier vrijheden om de software te gebruiken, bestuderen, delen en verbeteren. Met behulp van een vergelijking met een recept wordt het duidelijk hoe deze vrijheden werken en waarom het belangrijk is dat de broncode van een programma voor iedereen beschikbaar is.

Laten we aannemen dat we een soep willen bereiden. Voor ons hebben we het recept en de ingrediënten. We mogen het recept voor elk doel gebruiken: we kunnen thuis voor het avondeten koken of bij een vriend thuis, tijdens vakanties, en in het buitenland. Dit wordt bedoeld met de eerste vrijheid: onbeperkt gebruik voor elk doel.

Nu nemen we het recept en lezen welke ingrediënten benodigd zijn. Dit is min of meer de broncode van de software. Zonder de broncode kan ik de software niet gebruiken, net zoals ik geen soep kan bereiden zonder toegang te hebben tot de ingrediëntenlijst. Dit is de betekenis van de tweede vrijheid: Ik heb het recht op het bestuderen en begrijpen van het programma nodig. Het is voor mij waardeloos om een pak soep te hebben waarvan de ingrediënten onbekend zijn en waarvan het recept geheim wordt gehouden.

Soms is het wat eenzaam om alleen te koken. Ik mag wat vrienden voor het avondeten uitnodigen, of mijn soep meenemen wanneer ik word uitgenodigd, of zelfs aan hen het recept te geven zodat zij van mijn soep kunnen genieten wanneer ik er niet ben. En mijn vrienden kunnen het recept ook kopiëren en het verspreiden onder hun vrienden... Dit is de derde vrijheid: het recht om kopieën van de software te delen om daarmee mensen te helpen.

We gaan een stap verder als we zien dat mijn soep wel goed is, maar nóg beter kan smaken. Op het recept staat het advies om peterselie toe te voegen. Ik houd niet van peterselie dus daarom probeer ik de soep met basilicum. En het smaakt inderdaad beter. Ook neem ik mijn eigen kopie van het recept en wijzig het: ik verwijder peterselie en vervang het door basilicum. Als een vriend mijn recept aan me vraagt, geef ik hem deze nieuwe, gewijzigde versie. Dit is de vierde vrijheid: de vrijheid om het programma te verbeteren en de verbeteringen te verspreiden, zodat iedereen ervan profiteert. Omdat ik dat mag doen smaakt de soep van mijn vriend ook beter. Misschien willen zij ook een ander ingrediënt toevoegen, bijvoorbeeld room, en zullen zij hun eigen kopie wijzigen. Het ging altijd op die manier sinds koken was uitgevonden. Mensen zijn niet begonnen met het koken van kalkoen gevuld met sinaasappel en rode kool met pijnboompitten, maar met een geroosterd rendier aan het spit boven een kampvuur. Als niemand het recht heeft om te ontdekken hoe dingen verbeterd kunnen worden, zouden we misschien nog steeds geroosterd rendier eten met rauwe slakken of zoiets. Geen prettige gedachte.

Het wordt duidelijk dat ik een recept of een soep mag weggeven en het zelfs mag verbeteren. Als we deze redenatie toepassen op software, kunnen we eenvoudig zien dat ik in het geval van niet-vrije software mijn kopie niet mag kopiëren of verspreiden: dat is illegaal. Ik mag geen mensen helpen.

Mocht je denken dat deze vrijheden niet nuttig voor jou zijn omdat je niet kunt programmeren, kijk dan eens verder. Zelfs als je deze vrijheden niet zelf allemaal kunt uitoefenen, geven ze je wel de mogelijkheid om anderen, die wel kunnen programmeren, problemen voor jou te laten oplossen.

Deze uitleg is er ook in videoformaat, bij de Voorstelling der Vrije Kennis (Show des freien Wissens) (430 MB, OGV, in het Duits)